Verhalen 1250

Recept voor Frickedillen in Sla.

Dit is een recept waar veel variaties op zijn gevonden in kookboeken uit de 17de eeuw. In het kookboek ‘de verstandige Kock’ hebben we deze gevonden.
In de kookboeken uit deze tijd staan geen hoeveelheden genoemd, dit is onze invulling van het recept, voel je vrij te spelen met de hoeveelheden kruiden naar eigen smaak.
We hopen dat jullie ze lekker vinden en we horen graag hoe ze geworden zijn!

Ingrdiënten
– 400 gram kalfsgehakt
– 4 eieren
– 50 gram boter
– 4 middelgrote kroppen sla
– 0,5 tl nootmuskaat
– 0,5 tl gemalen foelie
– Peper naar smaak.
Saus:
– 20 gram paneermeel
– 50 gram boter
– 2 of 3 eetlepels ciderazijn

Bereidingswijze
Begin met het schoonmaken van de sla. Laat de eieren tot hard gekook koken. Wanneer ze klaar zijn haal je de dooier er in zijn geheel uit. Het eiwit is niet meer nodig.
Meng het gehakt met de kruiden en de boter.
Verdeel het gehakt in 4 porties en draait hier mooie grote ballen van met 1 dooier per bal in het midden.
Vouw de buitenste bladeren van de sla om de ballen en bind dit pakketjes dicht met touw.
Zet een pan water op het vuur, zorg dat de pakketjes net niet helemaal onder water liggen. Breng het water aan de kook en zet dan het vuur lager terwijl je de pakketjes toevoegd. Ze moeten ongeveer 5 a 7 minuten per zijde stoven.
Haal de pakketjes uit het water en voeg het paneermeel, de boter en de azijn toe aan het water. Dit wordt je saus. Laat hem op hoogvuur inkoken terwijl je regelmatig roert.

Bronnen: De verstandige Kock, Recept:

Om frickedillen in kropsalaet te maken
Neemt gehackt kalfsvlees met kalfsvet, wat vetter als ordinaris, en dat wel ghekruydt met noten en een weynigh foelie, peper en sout na behooren. Kneet wel ondereen. Neemt dan sooveel van de malste kroppen salaet als ’t u belieft en suyvert die van de buytenste bladeren. En dan schoon uytgewassen en de krop van binnen de bladers wat opengedaen. Neemt dan sooveel eyeren3 als ghy kroppen hebt. Maeckt oock sooveel frickedillekens en doet in ’t midden van yder den door van een ey. Legt dan in de krop en bint hem met een draet toe, en als ’t water koockt, doet’et in de pot. Als het gaer is, kondt dan in ’t sop een weynigh fijngestooten beschuyt doen en wat boter, wat kruysbessen of onrijpe druyven, verjuys, naer elck sijn believen.

Varkentje Bengel (Vervolg)

Terwijl de heks zich druk maakt over hoe ze Bengel naar binnen krijgt zit Bengel nog steeds op de stoep.
Ze heeft ondertussen de hond gezegt dat hij Bengel in zijn bips moet bijten, maar de hond heeft hier geen zin in. Dus heeft ze de knuppel gevraagd om de hond een tik te geven, maar ook deze weigerde.
Daarom is de heks nu onderweg naar het vuur, om te zorgen dat het vuur de knuppel brand, zodat de knuppel toch de hond een tik gaat geven.
Maar ook het vuur weigert aan dit plan mee te werken.
Dus ging de heks door naar de put om het water te zeggen dat ze het vuur moeten doven. Zodat het vuur de knuppel zal branden en de knuppel de hond een tik zou geven, zodat de hond Bengel in zijn bips zou bijten.

Maar het water had ook geen zin om mee te spelen in die gemene spelletjes van de heks, dus blijft waar het is. De heks wordt ondertussen ongeduldig en ze loopt streng naar de os toe. “Os, wil jij het water drinken? Want het water wil het vuur niet blussen en het vuur wil de knuppel niet branden. Zelfs de knuppel wil de hond geen tik geven. Zodat de hond het varkentje Bengel in zijn bips bijt en Bengel eindelijk naar binnen gaat.”
De os zegt simpelweg tegen de heks: NEE!

Omdat de heks niet zo goed harder tegen de os durft te zijn loopt ze door naar de slager. “Lieve slager”, zegt ze, “wil je misschien de os slachten? Want hij wil niet luisteren!.
Maar ook de slager heeft geen zin om mee te doen met de plannen van de heks, dus ook hij weigert.

De heks raakt ondertussen in paniek! Wie kan ze nog nog meer vragen? In haar woede betovert ze het touw en draagt ze die op om de slager op te hangen! Vol afschuw zegt het touw, “Nee! Je mag me dan wel betoverd hebben, maar hier heb ik geen zin in!”
De heks ziet een klein muisje lopen en betrekt die meteen bij haar probleem! “Beste muis, zou jij misschien het touw willen doorknagen?”. De muis heeft geen zin in problemen, dus zegt snel, “Nee, ik bemoei me hier niet mee!”.

Dan komt er een kat het hoekje om en zegt de kat, “He! Heks ik kan je wel helpen! Ik wil wel eens goed achter die muis aan gaan!”.
Snel zegt de muis, “Nee! Heks, hou hem tegen! Ik zal het touw doorbijten!”
“Nee!” Zegt het touw; “Ik hang de slager wel op! Als je de muis maar bij mij vandaan houdt!”
De slager schikt zich rot! En zegt tegen de heks; “oke oke, ik slacht de os wel voor je”.
Ook de os herinnert zich wat de heks van hem vroeg, nu de slager hem echt wil slachten, drinkt hij liever het water op. Dus hij gaat snel naar het water om het op te drinken.
Het water ziet de naderende os en probeert meteen om het vuur te blussen, zodat de heks de os tegenhoudt.
Het vuur gaat op weg om de knuppel de branden zodat hij water kan ontwijken. Maar de knuppel heeft geen zin om verbrandt te worden dus gaat toch maar naar de hond om hem een tik te geven.
Wanneer de hond blaffend voor het varkentje Bengel staat, rent deze snel naar binnen.
“Nou”, zegt de heks, “het is gelukt!”. En sluit de deur achter varkentjes Bengel.

De Groene Jager

Jonker Arent, ook wel de Groene Jager genoemd, kreeg in 1378 toestemming om te trouwen met Gisela. Uiteraard ging dit niet zoals gepland, want Evert van Essen wilde ook de hand van Gisela. Omdat Gisela helemaal geen interesse had in deze oudere man, wees zij hem af. Evert was hier ontzettend boos over en wilde Jonker Arent uit de weg ruimen om te zorgen dat Gisela geen keus meer had.
Om zijn woorden kracht bij te zetten stak hij het huis Rhaan in brand. Zodat alle dorpsbewoners ook een hekel krijgen aan Jonker Arent.
Evert blijft Arent lastig vallen en bedreigen tot hij hem op een dag gevangen kan nemen en opsluit in de kerker van Eerde. Wanneer Arent niet terugkomt gaan er vele mannen op zoek naar hem en komen er achter dat hij in de kerkers zit. Na een belegering van maanden tegen Evert, slaat hij op de vlucht omdat hij niet langer zijn tegenstanders kan tegenhouden.
Hij neemt Arent mee, maar vertelt iedereen dat Arent is omgekomen in het geweld.
Omdat Gisela nu geen reden meer heeft om niet hem hem te trouwen, dwingt hij haar hier nog een keer toe.
Onder luid protest trouwt Gisela met Evert. Na enkele maanden bij hem te hebben gewoont in Eerde, komt ze er via een kamermeisje achter dat Arent nog leeft en in de kelder vast zit. Ze gaat meteen een plan maken om hem te bevrijden en samen te vluchten. Maar in de nacht dat ze het proberen komt Evert er achter en gooit Gisela bij Arent in de kerker.

In begin 18e eeuw werd het Kasteel Eerde gesloopt en worden in de kelder 2 geraamten gevonden die elkaar omarmende.